Voor onze tuin gebruiken we de volgende meststoffen, welke zorgvuldig zijn gekozen door de afzonderlijke bestanddelen. Een aantal wordt ook in de biologische teelt gebruikt. Na het losfrezen van de grond in maart hebben we een universele kunstmest gebruikt over het hele veld. Onderstaande meststoffen worden dan ook alleen toegepast omdat het betreffende gewas er meer van nodig heeft. Klik op de naam voor meer informatie en het gebruik. Onder de namen staat een algemene beschrijving van diverse meststoffen.

 

Patentkali (Aardappel, Courgette, Tomaat, Paprika, Wortel, Ui, Peul, Erwt, Boon)

Superfosfaat (Aardappel, Peul, Erwt, Boon)

Kieseriet ( Sla, Andijvie, Spinazie, Kruiden, Komkommer, Aardbei, Framboos)

Koemest (droog) (Aardbei, Framboos, Mais, Bloemkool, Broccoli, Courgette)

 

 

Bemesting (N-P-K-Mg-etc.)

 

 

 

Wat betekent het?

Wat is het?

Wat doet het?

Wat gebeurt er als je er teveel, of juist te weinig van hebt?

 

Kijk maar eens op elke willekeurig zak/pak mest, kunst- of organisch. Het zijn allemaal voedende elementen die je planten, of het nou bloemen, groenten, bomen of onkruid zijn, nodig hebben om te groeien, bloeien, etc.

Een beetje zoals wij eten nodig hebben. Wij hebben de schijf van vijf. En planten, van welke aard dan ook, hebben ook een soort eigen “schijf” van voedingsstoffen die ze in bepaalde hoeveelheden nodig hebben. En net als bij mensen zijn er stoffen waar je ziek van wordt als je er te weinig of juist te veel van binnen krijgt.

 

 

Wat zijn dan de bouwstenen die een plant nodig heeft om te leven? Eerst maar de opsomming (schrik niet), en dan daarna de uitleg ervan.

 

Nou, dat zijn al aardig wat letters . En dan nog de onmisbare sporenelementen:

 

En dan nog wat sporenelementen waarvan het nog niet helemaal duidelijk is (of in ieder geval niet wetenschappelijk bewezen) dat ze nuttig zijn voor planten:

 

Nou, en dan……?

Al deze bouwstoffen worden opgenomen door de plant en hebben een bepaalde functie. Hieronder dan de beschrijving wat deze stoffen zijn en wat deze stoffen doen of laten bij een plant. Het kan je later wellicht helpen bij het uitzoeken van bijvoorbeeld een meststof, algemeen, of bijvoorbeeld als je een ziekte of gebrek aan een plant constateert (bijvoorbeeld geel blad, slecht groeien, etc.); want misschien mist die plant wel een essentiële stof uit bovenstaande rijtjes, of misschien heeft de plant van een bepaalde stof juist wel te veel gekregen (laten we het maar "overvoeding" noemen), ook niet gezond.

 

Zelf heb ik wat dit onderwerp betreft en voor het maken van dit hoofdstuk heel veel aan het Ecologisch Handboek voor de Moestuin van Velt gehad; je vindt in dat boek enorm veel informatie over dit onderwerp en allerlei tabellen om aan te tonen welke stof wat bevat en wat doet. Het heeft me al meerdere malen geholpen om erachter te komen wat een plant mistte aan voeding, etc. Een echte aanrader voor het geval je nog geen goed moestuinboek hebt.

 

1.     Koolstof, waterstof en zuurstof (C, H en O)

 

Dat zijn de gemakkelijkste. Het zijn de drie essentiële bouwstoffen voor de plant waar je weinig of niets aan hoeft te doen. Een plant is voornamelijk uit deze 3 elementen opgebouwd.

 

Het gaat dus om koolstof en zuurstof….dat wat in de lucht aanwezig is. En water…..dat wat vanzelf naar beneden komt vallen.

 

Het enige wat je hoeft te doen om te zorgen dat planten via de wortels deze stoffen kunnen opnemen, is zorgen dat de plant in de grond is geplant, ze niet wordt verstikt door plastic of ander “niet-lucht-doorlatend” materiaal, en geef ze water wanneer dat niet in voldoende mate vanzelf uit de lucht komt vallen.

 

Wel eens gehoord van mensen die hun vorstgevoelige planten bij gebrek aan overwinteringsplaats inpakten in plastic noppenfolie (lekker isolerend)….maar die gingen dan vervolgens wel vaak dood. En dat komt ongetwijfeld omdat de planten geen “adem meer  konden halen”. Mocht je voor hetzelfde dilemma komen te staan, gebruik dan iets wat luchtdoorlatend is, bijvoorbeeld jute zakken en wat stro. Maar pak ze niet in in verstikkend plastic materiaal. En laat ze vervolgens dan weer niet een winter lang in jute zitten, want een plant heeft ook licht nodig, vrij veel zelfs, maar dat is dan weer een ander verhaal, licht is geen scheikundig element. Oftewel, houd jute en stro bij de hand en pak de planten voor een paar dagen in als de vorst streng dreigt te worden.

 

2.     Stikstof (N)

 

Wat doet het?

Stikstof is een component van chlorofyl, de stof die bladeren en stengels de groene kleur geeft. Stikstof bevordert de groei van de plant: de stengels en de bladeren, de zogenaamde vegetatieve groei. Het maakt ook planteiwitten aan in de plant.

 

Wat gebeurt er bij te weinig stikstof?

-  Blad verkleurt geel, de plant groeit niet goed.

 

Wat gebeurt er bij te veel stikstof?

-  Grote maar slappe planten met veel waterige stengels en blad.

-  De planten worden gevoelig voor schimmel, luis en ziekten

-  Vatbaarder voor vorst

-  Vertraging van bloemvorming en/of vruchtvorming

-  Minder goed te bewaren na oogst

-  Hogere opname van de giftige stof nitraat (schadelijk voor de mens!)

 

Bronnen met een relatief hoog stikstofgehalte?

-  Dierlijke mest (vooral kippenmest) 

-  Bloedmeel

-  Hoornmeel

 

Toelichting:

Je kunt diverse soorten meststoffen kopen. Wij gebruiken voor de stikstofbemesting zelf eigenlijk alleen gedroogde koeienmestkorrels en bloedmeel. En zo af en toe kopen we wel eens de groene Culterra, die bevat ook wat meer stikstof dan de rode Cuterra. En die groene Culterra strooien we dan vooral bij de planten die veel bladmassa moeten maken. Dus niet bij bloeiende vast planten, maar juist bij de bamboe, Trachycarpus, Canna’s, Alocasia, Zantedeschia, etc. En dat vinden die planten wel lekker.

 

Maar ooit (voor de start van het biologisch tuinieren) een veldje zeer slecht groeiende ielige preien gehad. En van ellende toen maar aardig wat kunstmest met een hoog stikstofgehalte erbij gegooid. Het deed niks, ik denk te laat om nog wat te doen. En aan alleen een hoop stikstof heeft een plant ook niks. Het gaat erom om op tijd te bemesten, met het goede product in de juiste mate. Maar een handje stikstofmest gooien als het niet goed gaat met een plant, heeft naar mijn mening dus weinig tot geen nut.

 

Leer ervan en zorg dat je met de juiste middelen het jaar erop ruim voordat het mis gaat de grond goed bemest hebt. DCM heeft een aantal verschillende biologische meststoffen op de markt, als je op de link klikt kom je op hun website en kun je zien wat ze hebben en voor welke doeleinden het geschikt is.

 

3.     Fosfor (P)

 

Wat doet het

-  Speelt een belangrijke rol bij de ademhaling en energievoorziening van de plant

-  Bevordert de wortelontwikkeling van de jonge plant

-  Bevordert de bloei, zaadvorming en afrijping

-  Bevordert de houdbaarheid van de oogst

-  Bevordert de knolvorming bij knolgewassen

 

Wat gebeurt er bij te weinig fosfor

-  Abnormaal donkere blauwige kleur van het blad en/of een paarse verkleuring van het blad

-  Slechte groei en slechte ontwikkeling van zijwortels

-  Fosforgebrek komt vaak voor in een nat voorjaar, het bodemleven kan dan geen fosfor ter beschikking stellen aan de plant

 

Wat gebeurt er bij te veel fosfor

Er is geen direct nadelig gevolg van te hoog fosforgehalte, maar het kan indirect wel een tekort aan Zink en IJzer veroorzaken.

Indien je elk jaar grote hoeveelheden fosfor zal het fosfor niet meer door plant en bodem kunnen worden opgenomen en “spoelt het uit”. Uiteindelijk belandt het dan in bijvoorbeeld het slootwater en daar zorgt het voor een verstoring van het natuurlijk evenwicht (met onder andere explosieve algengroei als gevolg).

 

Bronnen met een relatief hoog fosforgehalte

Allereerst: geef voldoende fosfor aan jonge planten, zij nemen 75 % van het totaal benodigde fosforgehalte op in het eerste deel van hun leven.

-  Stalmest

-  Beendermeel

-  Natuurfosfaat

 

Toelichting:

 

We hebben zelf op onze eigen volkstuin wel eens fosforgebrek gezien bij bloemkool, het waren en bleven ielige planten die een vreemde paarsig roze verkleuringen op het blad hadden. En een bloemkool hebben we nooit gezien :-) 

Toen herkende ik het niet en hebben we de planten maar op de composthoop gegooid. Sinds we naast compost en verteerde stalmest ook eens per 2 of 3 jaar beendermeel gebruiken heb ik het op onze tuin nooit meer gezien.

 

4.     Kalium (K) (wordt ook wel Kali genoemd)

 

Wat doet het

-  Nodig voor het transport van water en koolhydraten

-  Bevordert de stevigheid van de plant

-  Bevordert de vorming van wortels en knollen

-  Bevordert de vorming van vruchten

-  Vermindert de gevoeligheid voor droogte en vorst

-  Verhoogt de weerstand tegen schimmelziekten

-  Bevordert de smaak en houdbaarheid van de oogst

 

Wat gebeurt er bij te weinig kalium

-  Geeft gekleurde plekken en verdorring van het blad, beginnend aan de bladrand

-  Minder grote bloemen van slechte kwaliteit

-  Minder sterke knol- en wortelvorming

-  Gevoeliger voor wisselende weersomsatndigheden

 

Wat gebeurt er bij te veel kalium

-  Planten (en dus ook groentenoogst) bevatten meer water

-  Belemmert de opname van Magnesium en Boor door de plant

 

Bronnen met een relatief hoog kaliumgehalte

-  Stalmest, en in dit geval vooral de urine in de mest

-  Gesteentemeel

-  Houtas

-  Vinassekali

-  Patentkali

 

Toelichting

Ondanks dat Patentkali chemisch bewerkt is, is het wel een natuurlijke delfstof. En wij gebruiken het ook wel in de tuin. Jaarlijks gooien we wat patentkali bij de uien en de aardappelen, het bevordert immers de groei van knollen en bollen. En eens kleine “Dahliaknolstekjes” gekocht, en bij het planten en halverwege het seizoen wat patentkali erbij gestrooid. Ik weet niet of dat de oorzaak was maar we hebben die herfst mooie en fors gegroeide knollen kunnen oogsten. Zelf nog niet geprobeerd maar ik kan me voorstellen dat het ook een goede werking zou kunnen hebben op bijvoorbeeld Canna’s, Begonia's, Eucomis en andere bollen en knollen.

 

4.     Magnesium (Mg)

Wat doet het
-  Speelt een rol bij de fotosynthese (opname zonlicht en omzetting van dit licht in energie). Ik las eens ergens: “Wat haemoglobine voor het bloed is bij een mens, is Magnesium voor het “bloed” van een plant)
-  Speelt een rol bij verschillende chemische reakties in de plant
 
Wat gebeurt er bij te weinig Magnesium
-  Verkleuring in het blad waarbij de bladmassa geel verkleurt en de bladnerven opmerkelijk groen blijven
-  De opname van Magnesium wordt in het voorjaar door lage temperaturen beperkt
-  Grotere kans op Magnesiumgebrek bij zandgrond dan op leem- en kleingronden
-  Bij een lage Ph kan Magnesium minder goed worden opgenomen en is de uitspoeling ervan juist groter
 
Wat gebeurt er bij te veel Magnesium
Dit komt zelden voor en kan, voor zover bekend, geen kwaad
 
Bronnen met een relatief hoog Magnesiumgehalte
-  Dolomietenkalk / zeewierkalk

-  Stalmest
-  Kieseriet
 
Toelichting
Ook wel eens gehad dat het blad een vreemde, bijna onnatuurlijke kleur geelgroen kreeg en de nerven te mooi opvallend groen bleven. Maar om nou te zeggen dat dat verder heel veel nadelige effecten op de plant had, niet echt.

Eigenlijk was het net een beetje van alles minder. Het ging in dit geval om een aantal tomatenplanten in de kas (en een kas is natuurlijk een erg afgesloten ruimte waar niets 'weg kan regenen' en ziekten kunnen blijven hangen, daarom altijd erg voorzichtig met het bemesten in een kas). Maar het blad was overduidelijk verkleurd, zoals ik al noemde, en verder; ze groeide niet zo hard, gaf iets minder vruchten, was iets sneller “uitgebloeid”en “opgebrand”.

Het was het allemaal net niet…..en dus ook net niet goed. Makkelijk te herkennen (aan dat blad) maar dan vervolgens moeilijk te plaatsen en te “repareren”. Sinds we onze zelfgemaakte compost gebruiken hebben we er eerlijk gezegd geen last meer van.

 

6.     Calcium (Ca)

 

Wat doet het

-  Speelt een rol bij voedselopname en verschillende chemische reacties in de plant (o.a. zuurverbinding)

-  Verbetert de bodemstructuur

-  Bevordert de opname van voedingsstoffen, zeker op zure gronden

 

Wat gebeurt er bij te weinig Calcium

-  Op lange termijn verarming van de grond en daling van het humusgehalte, vooral op zure gronden

 

Wat gebeurt er bij te veel Calcium

-  Op lang termijn een te hoge Ph met daardoor grote gevolgen voor de voedselvoorziening van de plant

 

Bronnen met een relatief hoog Calciumgehalte

-  Gesteenten; bijv. kalkmergel, dolomietenkalk (daar zit ook gelijk Magnesium in = 2 vliegen, 1 klap)

-  Zeewierkalk

-  Landbouwkalk

-  Kippenmest

-  Houtas

 

Toelichting:

Wij tuinieren niet op zure grond. En dan zou je wat minder last hebben van bijvoorbeeld Calciumgebrek. En dat is denk ik ook zo.

Mocht je zelf wel op zure grond tuinieren en jaloers op ins zijn: wees dat vooral niet.......wij hebben hier harde en zoute zeewinden en natte en zware vette kleigrond. Ieder zijn deel :-)

 

En uiteindelijk “verzuurt” ook onze grond een beetje, door de intensieve groententeelt en toevoegingen van compost, potgrond, mest, tuinaarde, etc.

Dus ooit gehoord van een wijze oude tuinder dat het in Zuid-West Nederland handig is om elke 3 jaar de grond te bekalken. Ik heb er geen enkele verklaring bij gekregen, maar we doen het al jaren en het gaat goed; 1 keer per 3 jaar kopen we 1 baaltje kalk en strooien dat in maart over onze tuin en werken het door de grond. En dat zal dan wel goed zijn, geen last van mosvorming, of wat dan ook dat zou kunnen wijzen op verzuring van de grond. En het Calcium dat daardoor aan de grond toegevoegd wordt zorgt ongetwijfeld mede voor een grond met een goede structuur (hoewel compost, etc. daar natuurlijk ook wel een heleboel aan bijdraagt).

 

Woont u bijvoorbeeld in het Oosten van het land op zure grond, zou u misschien beter elk jaar kunnen bekalken, om zo te zorgen dat voedingsstoffen makkelijker door planten kan worden opgenomen. En er zijn kalksoorten genoeg die ook gelijk Magnesium aan uw grond toevoegen.

 

N.B.: geen idee of het nou echt klopt maar ooit gehoord, en laatst ook nog in een tuinboek gelezen dat het onverstandig is om tegelijk te kalken en te bemesten, de kalk zou ervoor zorgen dat de mest niet goed door de bodem zou kunnen worden opgenomen. Wij zorgen er al jaren voor dat mesten en kalken minimaal 1 maand uit elkaar liggen (mesten met compost en paardenmest in november, kalken in januari, mesten met bijvoorbeeld koemestkorrels, bloedmeel, patentkali, etc. in maart (een paar weken voor het zaaien, poten, planten, etc.). Zo weten we zeker dat als het verhaal klopt, dat we ons netjes aan de regels hebben gehouden.........want van het dure bloedmeel zou het toch erg zonde zijn als de grote hoeveelheid stikstof niet zou vrijkomen omdat kalk dat tegen zou houden. Ik kan het dus niet uitleggen of verklaren maar kleine moeite om de gok niet te wagen :-)

 

 

Sporenelementen:

Sporenelementen zijn, als ze nodig zijn, in slechts heel kleine hoeveelheden nodig voor een plant. Maar die kleine hoeveelheden zijn dan wel onmisbaar voor de plant. In een goed onderhouden biologische tuin zul je tekorten aan sporenelementen zelden zien omdat alle sporenelementen voorkomen in compost, stalmest en andere organische materialen die gebruikt worden bij biologisch tuinieren.

De sporenelementen waarvan is aangetoond dat ze een nuttige functie vervullen voor een plant:

Enkele tips die spelen bij bemesting van uw tuin.

De basis van een gezonde plant is een stevig en gezond wortelstelsel. Daarom is het belangrijk om de bodem optimaal aan te passen aan de behoefte van uw nieuwe bomen, struiken en andere planten. De meeste planten in de siertuin of border staan immers jarenlang op dezelfde plaats. Wie een plant gauw in de grond steekt zal zelden succes boeken. Er zijn enkele basisregels die u bij aanplanten niet uit het oog mag verliezen. De wortels zullen in een losse, luchtige bodem veel beter aanslaan, hiervoor is veel humus nodig van een goede kwaliteit.

Zuurminnende planten zoals heide en rododendrons, azalea’s, blauwbloeiende hortensia’s, Skimmia, toverhazelaar, brem groeien het liefst in een bodem met lage pH. Hiervoor zijn organische bodemverbeteraars ontwikkeld, speciaal voor een siertuin op een zure of neutrale grond.

Omdat een bodem van nature altijd verzuurt, is voor de meeste planten een jaarlijkse onderhoudsbekalking nodig. Wacht hier niet te lang mee maar doe dit preventief, vooraleer uw planten gebrekverschijnselen vertonen. Hier zijn kalkproducten voor ontwikkeld. Het kalkproduct zorgt snel en gedurende lange tijd voor een optimale pH (zuurgraad) van uw tuinbodem en bevat meestal ook magnesium voor een diepgroene bladkleur. Bovendien maakt kalk de bodem luchtiger en gemakkelijker te bewerken. Dit is ook goed voor u, want het tuinwerk wordt lichter.

Naast aantasting van insecten en schimmels kunnen planten een gebrek aan voedingstoffen en sporenelementen bezitten. Aan de plant is vooral aan het blad te zien waar het euvel zit. Onderstaand volgt een opsomming van bekende gebreksziekten zodat u zelf kunt vaststellen wat het euvel is.

Is het blad van de plant helemaal lichtgroen en is het blad ook aan de kleine kant dan duidt dit op stikstof (N) gebrek. Heeft het blad last van paarsverkleuring dan is dat te wijten aan fosfor (P) gebrek.
Bruine bladranden wijzen op kalium (K) gebrek.
Gele vlekkerigheid over het hele blad dan is er sprake van een gebrek aan magnesium (Mg).
Is de nerf van het blad groen en de rest geel dan is dat ijzer (Fe) gebrek.

Meststoffen voorzien de grond in principe van vruchtbare elementen zoals stikstof, fosfor, kalium, magnesium, zwavel en spoorelementen. De juiste hoeveelheden en samenstelling van de meststof kan per plant verschillend zijn om een gezonde en rijkelijke opbrengst te verkrijgen. Door een minerale meststof aan de bodem toe te voegen zorgt deze ervoor dat de gekweekte planten elementen toegereikt krijgen welke men niet of nauwelijks terugvindt in de bodem. Dit wordt in de gewenste hoeveelheden toegediend welke de voorwaarden verbetert voor het groeien en de voedingsopname.

Er is een zeer groot aanbod aan meststoffen. Snel of langzaam werkend, organische mest of kunstmest, mestprogramma’s die verdeeld zijn in stappen, de keuze is groot. Welke meststof u het beste kunt kiezen, is erg afhankelijk van het dóel van de bemesting, en de grondsamenstelling in uw tuin. Zandgrond bijvoorbeeld vraagt nu eenmaal om een andere bemesting dan klei- of leemgrond. Vraag ook na dit artikel advies in ‘t Praathuis, een willekeurige meststof kiezen en uitstrooien leidt meestal tot teleurstelling.

Voor de normale onderhoudsbemesting kan u een organische (of biologische) meststof gebruiken. In tegenstelling tot kunstmest, is deze lang werkend en goed voor de grond en de bodemstructuur. De korrels geven regelmatig kleine hoeveelheden mest af aan de grond, waardoor deze bemesting zeker 3 tot 4 maanden effect heeft. Een organische meststof zal een jongen plant niet beschadigen of ‘’verbranden’’, dit risico is bij kunstmest wél aanwezig.

Bemesting

Welke mest is nu het beste voor de tuin. Vandaag de dag zijn er ontelbare soorten en merken mest te koop. Op het eerste gezicht zit er weinig verschil tussen de verschillende soorten. Vaak wordt gedacht dat je vooral moet betalen voor de naam en de verpakking, en dat de mest hetzelfde is. Toch is er wel degelijk verschil te bemerken, maar dat moet je wel net even weten.

NPK

De afkorting NPK staat vaak op de verpakkingen van een meststof. Het is een afkorting van stikstof (N), fosfaat (P) en kalium (K). De cijfers die bij deze meststoffen horen zeggen respectievelijk iets over de groei (N), bloei (P) en het wortelstelsel (K) van de plant of struik waar de mest bij gebruikt wordt. Als dus het stikstofgehalte het hoogst is van de drie, zal deze mest ervoor zorgen dat vooral de groei van de plant wordt bevorderd.

Vaak staat er ook nog MgO bij vermeld. Dit staat voor magnesiumoxide. Deze stof zorgt voor een mooie donkergroene kleur.

Soorten en merken

Om de keuze voor mest te vergemakkelijken zetten we een aantal mestsoorten en –merken op een rijtje met de samenstelling, en de uitleg daarvan.

Fuchsia 20.20.20, niet voor jonge stekken.

Buxusmest: De samenstelling van buxusmest is 16+4+16+3MgO. Hieraan zien we dat de meeste aandacht wordt besteed aan de groei van de plant, en het wortelgestel. Bij buxus gaat het niet direct om de bloemen, dus is dat cijfer vrij laag. In deze mest zit ook magnesiumoxide. Hierdoor wordt uw buxus weer mooi donkergroen van kleur.

Hortensiamest: Een hortensia heeft als vanzelf een geheel andere samenstelling nodig. In deze mest is de samenstelling NPK dan ook 11+3+24+3MgO. Het hoogste cijfer zien we hier bij kalium, dat zorgt voor stevige wortels. Verder zien we dat er niet veel extra aandacht wordt besteed aan de bloei van de plant. Dit simpelweg omdat het niet echt nodig is. Als de plant stevig is, komt de bloei meestal vanzelf. Magnesiumoxide zorgt zoals gezegd voor de donkergroene kleur, waardoor de bloemen extra mooi contrasteren.

Naast al die meststoffen is hieraan ook aluin toegevoegd, wat er zorg voor draagt dat blauwe hortensia’s blauw blijven, en hortensia’s die vroeger blauw waren, weer blauw kleuren.

Rozenmest: In tegenstelling tot de vorige twee genoemde mestsoorten is hier het fosfaatgehalte wel hoog. Hier is de samenstelling namelijk 12+9+15+3MgO. Rozen geven nu eenmaal veel energie aan bloemvorming, en daarom hebben ze hiervoor een extra duwtje in de rug nodig. Rozen kunnen het best in twee stappen worden bemest. Vroeg in het voorjaar bij de uitloop van de plant, wordt de groei versterkt, en bij de knopvorming wordt de bloei versterkt.

Osmocote: Deze meststof is tegenwoordig erg bekend. Iedereen kent wel die gele bolletjes, die je maar eens per jaar bij de planten hoeft te doen. Steeds geven die bolletjes wat mest af, gedurende zes of negen maanden. De samenstelling hiervan is 14+13+13 met toevoeging van zwavel. Het is dus een gelijkmatige mest, die vrijwel overal aandacht aan besteedt. In verhouding tot de meeste andere meststoffen zien we dat het bloeicijfer (P) erg hoog is. Bloemvorming is bij Osmocote dus erg belangrijk. Osmocote is vrijwel geurloos, dus kan prima toegepast worden bij kamerplanten.

Culterra: Deze organische mest kan in de gehele tuin worden gebruikt. Hij is zowel goed voor het gazon als voor de border. 10+4+6 geeft toch aan dat er vooral nadruk op groei wordt gelegd. Daarom is het vooral waardevol om te gebruiken op het gazon, bij niet-bloeiende planten en in de moestuin, maar bloeiende planten worden er zeker niet slechter van.

Specifieke gazonmesten hebben meestal een samenstelling is 9+3+5. Ook hier is de groeistof het hoogst. Verder wordt middelen gebruikt om mos te voorkomen, in dergelijke mosbestrijders zitten microbacteriën in die het hele grasmilieu verbeteren.

Een specifieke tuinmest om de tuin bij te houden. Het mestgehalte blijft hierdoor op peil. De samenstelling is meestal 7+3+5. Groei en wortelvorming staan hier dus voorop, maar ook bloemvorming krijgt aandacht.

Vloeibare plantenvoeding: een vloeibare plantenvoeding is vooral bedoeld om naast een langdurig werkende meststof als Osmocote gebruikt te worden bij éénjarige (stek) planten en kamerplanten. Deze geeft dan een extra stimulans aan de plant. Daarom kan het wekelijks gebruikt worden. De samenstelling hiervan is 7+5+6. de verdeling is dus vrij gelijkmatig zodat de planten niet ineens een overschot te verduren krijgen.

Patentkalie en Superfosfaat zijn geschikt voor peulen, erwten en aardappelteelt.

kalkamonsale is geschikt voor peulen, erwten, prei en koolsoorten.

Kalksaltpeter is geschikt voor spinazie, prei, raapstelen, rabarber, postelijn en chrysanten.

Mengmest N.P.K. 12.10.18. is geschikt voor andijvie, spruitkool, sla en aardbeien.

Kiezerriet is geschikt om de bodemstructuur te verbeteren maar ook voor sla en andijvie.

Bitterzout bevordert het groen worden van gewassen als andijvie, chrysanten etc.

N.P.K. 15.5.20.2 Mg. te gebruiken voor alle groenteteelt, kleinfruit, druif, appel en peer.

10.52.10 Bevat extra fosfor voor de wortelzetting in de periode na het potten.

De samenstelling zegt dus veel over de werking en toepassing van de meststof. Het is natuurlijk onzin om een ligusterhaag een meststof te geven met een hoog fosfaatgehalte, zodat bloemvorming wordt gestimuleerd. Het is belangrijk dat voor de aanschaf van een mestproduct advies wordt gevraagd en de verpakking grondig gelezen wordt.
 


Waarom bemesten?
Als we planten oogsten uit de moestuin, verwijderen we ook de voedingsstoffen die door de plant uit de bodem zijn opgenomen. Deze voedingsstoffen moeten we weer aanvullen, om elk jaar het zelfde opbrengstniveau te kunnen handhaven. Tevens hebben veel planten wat extra's nodig om voldoende snel te kunnen groeien en tot volle wasdom te komen in de relatief korte periode die geschikt voor hen is.

Voedings elementen NPK
Planten nemen met hun wortels voedingsstoffen uit de bodem op. Er wordt onderscheid gemaakt tussen macro-nutriënten, micro-elementen en sporen-elementen. Van de macro-elementen hebben planten relatief grote hoeveelheden nodig, een gebrek aan zo'n element laat zich snel zien door een slechte groei en/of een afwijkende kleur. De macro-elementen zijn stikstof (symbool N), fosfor (symbool P) en kalium (symbool K). Stikstof is het belangrijkste element, het speelt een grote rol bij de vorming van het blad, het is een onderdeel van essentiële stoffen als eiwitten en enzymen. Een gebrek aan stikstof uit zich door een gele bladkleur (bij planten die normaal groen behoren te zijn). De gele of lichtgroene kleur is het eerste in het oudere blad te zien, omdat de plant in staat is de spaarzame stikstof te herverdelen en naar de hardstgroeiende plantendelen (het jonge blad) te sturen.
Fosfor is een element dat bij veel processen in de plant betrokken is (ademhaling, energievoorziening). Zaden bevatten altijd relatief veel fosfor. Fosfor is weinig mobiel in de grond, het is stevig gebonden aan bodemdeeltjes en organische stof en lost niet gemakkelijk op in het bodemwater. Planten hebben dus een uitgebreid wortelstelsel nodig om voldoende fosfor op te kunnen nemen. Een kiemplantje heeft nog nauwelijks wortels en is voor zijn voorziening afhankelijk van de voorraad die in het zaad verpakt zat. Fosfor-gebrek kan zich uiten in een paarsachtige verkleuring, kleine planten en een slechte zaadzetting.
Kalium is van belang voor de vochthuishouding in de plant, de stevigheid van de plant en de vorming van zetmeel. Knolgewassen met veel zetmeel (aardappel, knolselderij) hebben extra kalium nodig. Kalium-gebrek kan zich uiten door gele verkleuringen aan de bladranden, daar waar de verdamping het sterkste is.

 

kunstmestkorrels (kalkammonsalpeter 27 % N).
Kunstmest
Kunstmeststoffen bevat meestal alleen de macro-elementen N, P en K. Op de zakken staat altijd hoeveel van elk er procentueel in zit. Staat er 30-20-10 op een zak, dan zit er 30 % N in, 20 % P en 10 % K. Kunstmeststoffen bevatten plantenvoedingsmiddelen in direct opneembare vorm.
In de biologische landbouw wordt geen gebruik gemaakt van kunstmeststoffen. Men heeft o.a. kritiek op de productiewijze van kunstmest, die veel energie kost. Verder vind men het geen evenwichtige manier van bemesten - kunstmest is erg geconcentreerd; voedingsstoffen worden zo op een andere (geforceerde) manier aan de plant aangeboden dan in de natuur gebruikelijk is. Verder kunnen voedingsstoffen die zo geconcentreerd zijn uitspoelen en het grondwater vervuilen, en hebben ze een tijdelijk negatief effect op de nuttige bodem-insecten. Dit is echter een gevolg van de hoge concentratie en niet van giftigheid van kunstmest. Wat dat betreft moeten we kunstmest niet vergelijken met pesticiden, die wel vaak giftig zijn voor mens en dier. Kunstmest kan tenslotte een licht verzurende effect hebben op de grond.
Uiteindelijk moet ieder voor zich beslissen of hij/zij kunstmest wil gebruiken. Vanwege de hoge concentratie aan voedingsstoffen moeten we kunstmest juist doseren - een te hoge dosis stikstof kan bv. wortels beschadigen. Het is beter met een kleine dosis te beginnen en de reactie van de planten af te wachten. Daarna kan eventueel nog een dosis gegeven worden. Geef altijd water na het mesten. In de praktijk wordt (stikstof) kunstmest ook vaker in kleinere giften toegedient, om de efficiëntie van de giften te verhogen en schade aan planten te voorkomen.
koemestkorrels


Compost
Compost is een ideale bemesting voor de moestuin, we kunnen het zelf produceren (zie compost maken), we kunnen de samenstelling in eigen hand houden, en het heeft naast het bemestingseffect nog vele andere voordelen voor de bodem. Compost van puur plantaardig materiaal kan relatief arm aan stikstof zijn. We kunnen de kwaliteit wat verbeteren door er wat kunstmest of koemestkorrel door te mengen.

Stalmest
Stalmest is een gecomposteerd mengsel van stro en koemest. Het is een ideale meststof voor de moestuin en bevat relatief veel stikstof. Helaas hebben nog maar weinig stedelingen tegenwoordig koeien op stal staan. Een nadeel van (verse) stalmest is dat het schadelijk insecten aantrekt (uienvlieg, koolvlieg, bonenvlieg etcetera).

Koemestkorrel
Gedroogde koemestkorrels zijn tegenwoordig in elk tuincentrum te koop en soms ook al in de supermarkt. De korrels zijn reukloos en gemakkelijk te hanteren. Ze zijn relatief rijk aan stikstof en kalium. Pas op met de dosering, vanwege het hoge stikstofgehalte. Volg de aanwijzingen op de verpakking of blijf daaronder. We kunnen in een teeltseizoen meermalen bemesten met koemestkorrels, werk ze lichtjes in rond de plant en geef ruim water. Koemestkorrel heeft weinig effect op de structuur van de grond - daarvoor breekt het te snel af.
Koemestkorrel proefje met tarwe. Links alleen zand, rechts zand met koemestkorrels

Een klein kwalitatief proefje met koemestkorrel demonstreert het effect van deze bemesting - zie foto. Beide potten zijn gevuld met speelzand. Speelzand is schoongespoeld en bevat erg weinig voedingsstoffen voor planten. Aan één pot zijn koemestkorrels toegevoegd. In beide potten zijn evenveel korrels tarwe gezaaid, op hetzelfde moment. De onbemeste planten zijn geel en klein (stikstofgebrek). De miniatuurhalmjes bevatten geen korrels. De bemeste planten zijn groen en produceren wel korrels. Naast stikstof hebben de planten hier ook de beschikking gehad over andere voedingselementen als kalium en fosfor (nodig voor korrelvorming). De planten zijn verder niet verbrand, de voedingsstoffen zijn blijkbaar langzaam en gelijkmatig ter beschikking gekomen.

Groenbemesters
Groenbemesters zijn gewassen of gewasmengsels die we in het vroege voorjaar en/of late najaar kunnen zaaien voor hun bodemverbeterend en bemestende effect. Het zijn dus gewassen waarvan niets wordt geoogst. Deze gewassen nemen de laatste voedingsstoffen uit de grond op, en verminderen daarmee de uitspoelingsverliezen in de periode dat het land anders braak zou liggen. Groenbemesters kunnen ook vlinderbloemigen zijn, die in staat zijn om stikstof uit de lucht te binden. De aldus verzamelde en verpakte voedingsstoffen komen weer vrij als de groenbemester in de grond wordt gewerkt en verteerd. De bemestende waarde van de groenbemester hangt o.a. af van de hoeveelheid geproduceerd materiaal, en van het aandeel aan vlinderbloemigen in het gewasmengsel. Naast een bemestend effect kunnen groenbemesters een structuurverbeterend effect hebben (mosterd), en beschermen ze de bodem en het bodemleven. Tegenover al deze voordelen staan ook nadelen: we zullen toch wat tijd en zorg aan het groenbemestingsgewas moeten besteden (zaaien, wieden), en we moeten het uiteindelijk in de grond zien te werken. Dat laatste gaat het gemakkelijkst als we een gewas kiezen dat niet tegen strenge vorst bestand is. Zo'n gewas sterft midden in de winter af en is al redelijk vergaan als we in het vroege voorjaar gaan spitten. Een staand gewas is erg moeilijk onder te werken met de hand, daarom geniet de herfst-zaai bij mij de voorkeur. Een bijkomend voordeel van niet-winterharde groenbemesters is dat het gewas later niet meer als 'onkruid' de kop op gaat steken in het volggewas.
Gele mosterd , bladrammenas en rapen groeien snel, kunnen in september nog gezaaid worden en sterven in de winter af.

Bemeste tuinaarde
Bemeste tuinaarde is niet meer dan aarde met kunstmest. Hooguit is er nog wat turfmolm en kalk aan toe gevoegd. Let bij gebruik in de moestuin op dat er geen pesticiden in verwerkt zitten.

Potgrond
Potgrond wordt gemaakt van turfmolm waar kalk en voedingsstoffen (kunstmest) aan zijn toegevoegd. Het is meestal een uitgekiend mengsel waar alle planten langere tijd goed in groeien. De turf zorgt ervoor dat het mengsel lang water kan vasthouden, de kalk neutraliseerd de verzurende werking van de turf, en de langwerkende mest levert de noodzakelijke plantenvoeding. Bij gebrek aan compost of andere mest kunnen we best wat potgrond door het plantgat van tomaten, komkommers, courgette en dergelijke mengen.

Biologische meststoffen
Er zijn een aantal biologische meststoffen beschikbaar voor wie geen kunstmest wil gebruiken maar wel specifiek een tekort aan stikstof, fosfaat of kalium wil opheffen.
Bloedmeel is een bron van stikstof, beendermeel een bron van fosfaat, en vinassekali een bron van kalium. Voordelen van deze meststoffen is dat ze van biologische oorsprong zijn, dat er weinig risico op verbranding of overdosering is, en dat de meststoffen gelijdelijk en over een langere periode vrijkomen. Een nadeel is de prijs: De adviesprijs van Ecostyle voor bloedmeel is bijvoorbeeld 11, 95 € voor een zak van 1,6 kg (2010). Het spul bevat 13% stikstof. Producten van Asef zijn wat goedkoper.
Vinassekali is een restprodukt van de suikerindustrie en bevat naast kalium (10%) ook enkele procenten stikstof, fosfaat, magnesium en sulfaat.
Beendermeel en bloedmeel zijn, zoals de naam al doet vermoeden, afkomstig van de vleesverwerkende industrie. Beendermeel bevat naast fosfaat ook stikstof en andere mineralen.

 


 


 

 


 
Goedkope Hosting: de goedkoopste van Nederland!